Goederenvervoerders blij met data uit Quo Vadis

Central Post, en niet Utrecht, was dit jaar de locatie voor de jaarlijkse bijeenkomst. De meeste goederenvervoerders houden immers kantoor in de Rotterdamse havens. Een goede keus, want de opkomst was groot, net als het enthousiasme. De middag zelf kreeg van de aanwezigen een dikke 8 , en de inhoud een 7,9. Een opmerkelijke score, want goederenvervoerders zijn meestal niet scheutig met hoge cijfers voor ProRail.

“Met Quo Vadis en hotbox-meetkasten signaleren we mogelijke wieldefecten, hete assen en scheef beladen of overbeladen treinen”, vertelt Marjolein van den Berge, business consultant bij Relatiemanagement en gastvrouw tijdens de middag. “Door slim met deze data om te gaan, kunnen te hoge waarden op allerlei gebieden al vroegtijdig worden voorkomen. Hierdoor verminderen we het risico op veiligheidsincidenten en schade aan het spoor en rijdend materieel.”

Vol passie kennis delen

Het succes van de middag was voor een groot deel te danken aan de betrokken inzet van Maurice van Olderen, Bas van Wijhe en Juliette van Driel van AM Informatie, volgens Marjolein. “ProRail valt de goederenvervoerders regelmatig lastig met dingen waar zij zelf niet veel voordeel uit halen, en dit keer lag de focus overduidelijk op hun ervaringen en wensen. Echt fijn dat onze collega’s van Asset Management hun kennis en kunde vol passie met de goederensector hebben gedeeld, en echt willen weten welke behoeften er zijn bij de vervoerders om de dienstverlening verder te verbeteren.”

Naast de collega’s van AM Informatie liet een vertegenwoordiger van Voestalpine Railpro tijdens de bijeenkomst zien wat dit bedrijf de afgelopen jaren doet met de data die ProRail levert. Railpro beheert een vloot van 1200 goederenwagens die over het Nederlandse netwerk rijden. “Zo’n sprekend voorbeeld werkt geweldig”, aldus Marjolein. “Het onderschrijft dat we ons spoorsysteem als geheel veiliger, betrouwbaarder en uiteindelijk hopelijk goedkoper kunnen maken met behulp van Quo Vadis.”

Meer verbinding

Uit de middag kwam naar voren dat goederenvervoerders van ons vragen dat we de ontwikkelingen binnen ons spoorsysteem goed afstemmen binnen Europa. Dat is ook wat wij zelf op de agenda hebben staan, volgens Marjolein. “Wij willen ook graag dat de wagon-eigenaren meer aangesloten worden. Een scheef beladen trein of wiel met een defect is bijvoorbeeld iets waar we zo snel mogelijk wat aan willen doen want dat is ook slecht voor het spoor. Maar meer verbinding in Europa is nog best lastig omdat dat vaak buitenlandse bedrijven zijn. Wagoneigenaren komen bijvoorbeeld ook uit Polen of Tsjechië.”

Ook de situatie op het spoor is per land nog heel verschillend, vertelt Marjolein. In Duitsland bestaat nog geen systeem dat vergelijkbaar is met Quo Vadis. En waar landen dat wel hebben, werkt het weer net iets anders dan bij ons. Aan die vraag om meer afstemming blijven we daarom actief werken, want het hele Europese spoorsysteem heeft voordeel bij standaardisering.”

Informatie toegankelijk

Het programma SpoorData heeft vier ontwikkelpijlers. Dit project hoort tot de pijler Informatie toegankelijk.